Terug
'Opeens lag ik onder het puin'
“Ik was ook altijd heel erg bang om me te verdiepen, omdat je niet weet wat je tegenkomt als je gaat verdiepen in een missionaris die heilig verklaard is en in de tijd van slavernij onderdeel uitmaakte van de katholieke kerk.”
"Wij hebben hier een burgemeester gehad die zei: Wat mot, mot en wat niet kan mot ook. En daar gingen we ook allemaal voor"
"Heel het Weena stond vol met rozen, Queen Elizabeth. Dat was een fantastisch gezicht.’’
"Rotterdam was altijd bezig om te bouwen, die wederopbouw voelde je als het ware in je lijf.’’
"De Hogeschool Rotterdam heeft mijn leven veranderd, daar heb ik mezelf ontdekt.’’
"Ik ben Kaapverdiaans, maar ook Rotterdammer. Dit is mijn stad.’’
"De wereld was er niet, Rotterdam was er. Het was een gapend gat"
"De ziel van de wederopbouw, dat is knokken tot je er weer bovenop komt.’’
"Er wordt over Rotterdam gesproken als mijn trots, ja inderdaad mijn trots"
"De stad was vroeger ’s avonds uitgestorven. Nu bruist het veel meer.’’
"Mijn vader ging op het dak kijken naar het bombardement, want op het laatst was iedereen er natuurlijk aan gewend"
"Ik vind het altijd een stad waar je altijd goed kan ademen. Een stad van vele mogelijkheden"
"De stad Rotterdam bruist op een hele down to Earth manier. Mensen zijn hier niet arrogant, maar juist erg nuchter"
"Ik zag in een keer een hele grote stofwolk. Een groot stuk van de pilaar van de oude Bijenkorf viel naar beneden. Ze waren aan het slopen"
"De ziel van Rotterdam is voor mij de Maas.’’
"Vanaf de Kralingse plas zie ik Rotterdam liggen en denk ik: dat is de skyline van een wereldstad.’’
"Ik ben ooit vier weken weg geweest. Ik ging huilen van heimwee naar Rotterdam. Zo thuis voel ik me hier.’’
"Uiteindelijk kregen we een douche in huis, maar niemand wist hoe het werkte.’’
"Dit is een stad met heel veel geluid, alleen al het ritme, het gebonk, de hartklop van Zadkine.’’
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed