Terug
 
"Mijn opa's van beide kanten zijn KNIL-militair. Ik ben geboren in Friesland, in het jaar dat mijn ouders terugkeerden naar Indonesië."
Annie Turkie (Wyldemerk, Friesland, 1961)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Mahina, ode aan de Molukse vrouw.
En onderdeel van de collectie: Molukse migratieverhalen.

Haar beide opa’s waren KNIL-militairen, van moederskant oorspronkelijk van het eiland Ambon uit het dorp Tulehu, van vaderskant zijn er Arabische, Turkse en Chinese wortels. Haar ouders kwamen ieder als kind in 1951 in Nederland aan en ontmoetten elkaar in Friesland, waar in kamp Wyldemerk islamitische Molukkers jaren hebben gewoond. Daar werd in 1961 Annie geboren in een gezin dat totaal uit zes kinderen zou bestaan. Zes maanden was ze nog maar, toen ze met haar ouders en terugkeerde. De eerste jaren woonden ze in Jakarta, waar haar moeder nog een paar maanden als stewardess werkte. Vervolgens vertrok ze met haar moeder naar Ambon, waar ze opgroeide en waar haar grootouders al eerder naar waren teruggekeerd. In het begin was het moeilijk, ook voor Annie op de lagere school. ,,Ze zeiden: ik ben een verrader. Ik heb een Nederlands paspoort en kwam uit Nederland. Indonesië was vroeger anti-Nederlands.’’ Later werd het leven beter. Haar moeder ontpopte zich tot een succesvolle zakenvrouw. ,,Ze had een bioscoop, twee vissersboten om tonijn te vangen, vijf auto’s, een truck.’’ Daardoor kon ze naar een goede middelbare school met andere kinderen van rijke ouders. Ze werd door een chauffeur gebracht en opgehaald. ,,Minder leuk. Ik wil misschien spijbelen of zo.’’ Begin jaren tachtig keerde ze terug naar Nederland. Ze was verliefd geworden op een Molukse man die in Ridderkerk woonde. Een verboden liefde. ,,Ik was zo’n beschermd kind, net porselein in een vitrinekastje, en opeens weggelopen met een man.’’ Ze trouwden in Jakarta, met toestemming van haar vader en gingen in Ridderkerk wonen. Haar man had al een zoon uit een eerder huwelijk en samen kregen ze nog zes kinderen: vier meisjes en twee jongens. Annie is heel trots op haar kinderen. Ze voelt zich nog altijd schuldig tegenover haar moeder dat ze is weggelopen. Haar moeder overleed op jonge leeftijd, 43 jaar nog maar. ,,Ik ben teruggegaan om spijt te betuigen. Ik heb daar vijf maanden gezeten en toen is ze overleden.’’ Haar man is ook overleden. Annie woont nog steeds in Ridderkerk, nu nog samen met twee dochters. Ze heeft een cateringbedrijf en zorgt voor eten voor feesten en bruiloften. Via boeken heeft ze leren koken. ,,Ik ben ook trots op mijzelf. Ik ben creatief, kan van quiche allerlei dingen maken en maak ook boeketten voor bruiloften hier.’’

Meer verhalen met
Onderwerp: Migratie  
Locatie: Ridderkerk  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Linda Malherbe
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Ineens zag ik de kust met wuivende palmbomen dat me op de een of andere manier aan mijn grootouders deed denken. En het was net alsof er een speer door mijn hart ging."
"Ze had alles over voor ons, ze had drie banen alleen om te zorgen dat wij konden eten of naar school konden. Ik had later pas door hoeveel en wat mijn moeder allemaal voor ons heeft gedaan."
"Mijn moeder heeft me nooit meegegeven verdrietig te blijven, niet terug te blikken maar vooruit te kijken. Ze zei: wees trots op waar je vandaan komt, je bent en blijft een Molukse en laat zien dat die Molukkers wat kunnen, beteken wat voor je volk."
"Voor mij is deze kebaja heel belangrijk, omdat het iets tastbaars is, wat nog van mijn moeder is geweest en wat ze heeft gedragen."
"Mijn moeder was een zachtaardige vrouw, mooi om te zien. Eigengereid, strijdvaardig."
"Al heb je maar één druppel Ambonees bloed, je bent gewoon familie, ze sluiten je meteen in de armen, je hoeft verder niets te zeggen. Daar raakte ik echt diep ontroerd door."
"Ik vind zelf dat onze Nederlandse moeders ook tot de eerste generatie Molukkers behoren. Wat al die vrouwen hebben moeten offeren. Ze hebben hun nationaliteit opgegeven. Sommigen hebben zich verdiept in de taal, in het koken."
"We hadden wel Molukse buren. In elk straat woonden steeds twee Molukse gezinnen naast elkaar. Dat vond ik heel fijn op zo op te groeien, met wel het gevoel van de Molukse gemeenschap."
"Wat ik me bijvoorbeeld heel erg realiseerde, ik ben zelf 51 en dat mijn oma dus vijftig was toen ze naar Nederland kwam. Dat je dus uit een totaal ander land hier komt en dan meemaakt wat je meemaakt, dat kan me iedere keer nog wel raken."
“Dat is iets wat mijn moeder heeft meegegeven: wéét waardoor we hier zijn terechtgekomen en vertel alsjeblieft hoeveel verdriet je oma en alle andere vrouwen en mannen hebben gehad om hun dierbaren achter te laten. Dat mag niet vergeten worden, daardoor zijn we wel sterker geworden.’’
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed