Terug
 
,,Architect Kromhout heeft hier een betonnen bassin laten maken, daarop is het huis gebouwd. Dat is geweldig, want die kelders zijn zo droog als het maar kan.’’
Edzard van Citters (Soerabaja, 1931)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Verhalen van de ‘s-Gravenweg, deel 1.
En onderdeel van de collectie: Verhalen van de 's-Gravenweg.

Met zijn vrouw, een van oorsprong ‘Haags meisje’, kocht hij in 1971 een huis aan de ’s-Gravenweg 111, op de hoek met de Van Somerenweg. Nadat hun kinderen uit huis waren gevlogen, werd die woning te groot. Daarom verhuisden ze naar Den Haag, waar ze ontdekten dat ze inmiddels zo verbonden waren met Kralingen, dat ze binnen het jaar terugkeerden, opnieuw naar de ’s-Gravenweg, ditmaal op nummer 51. ,,Met die zijstraatjes hebben we wel eens een kerstbijeenkomst en dan mogen wij op het hoekje ook meedoen. Daarnaast hoor ik bij zo’n vijf verschillende clubjes van mensen uit de buurt. Dus ik voel me wel thuis hier.’’
Zijn wortels liggen niet in Kralingen. Zijn grootvader was ooit burgemeester van Delfshaven, waar zijn vader ook is geboren. Vanwege het burgemeesterschap is er daar een straat naar zijn opa vernoemd, de Van Cittersstraat. Zijn vader werd ambtenaar bij de Belastingen en trouwde een dochter van de directeur van De Nederlandsche Bank. Die schoonvader was eerder directeur geweest van de Javasche Bank en stuurde Eduards vader naar Nederlands-Indië om de belangen te behartigen. De dochter van de bankdirecteur kon niet aarden in het warme klimaat, keerde terug naar Nederland en scheidde. Edzards vader werd verliefd op een kraamverpleegster. ,,Ze was lid van de sociëteit, waar ze naast mijn vader kwam te zitten. Daar dank ik mijn leven aan.’’
Zo is hij geboren in Soerabaja. Het grootste deel van zijn jeugd bracht hij door in Nederlands-Indië. Tijdens de oorlog hebben zijn ouders en Edzard in Jappenkampen gevangen gezeten. In 1946 keerde het gezin terug naar Nederland, naar Rotterdam, waar zijn vader een huis kon huren voor vijf jaar aan de Hoflaan, in Kralingen.
Na zijn opleiding in Delft kwam hij te werken bij een ijsfabriek, onderdeel van een dochterfirma van Unilever. Daar ontwikkelde hij de eerste Magnum. ,,Ik heb het ijsje bedacht, de commerciële mensen de naam. Dus ja, mijn kleinkinderen zijn trots op me.’’ Zijn huis aan de ’s-Gravenweg is ontworpen door Willem Kromhout, een belangrijke Rotterdamse architect uit begin van de twintigste eeuw, die onder meer dancing Pschorr (1922), drukkerij Wyt (1923-1925) en de Heineken brouwerij en kantoor in Crooswijk (1922-1932) had ontworpen. ,,Hij heeft een betonnen bassin laten maken, daarop is het huis gebouwd. Dat is geweldig, want die kelders zijn zo droog als het maar kan.’’ Zijn vrouw is inmiddels overleden. En hoewel hij al lang met pensioen is, verveelt hij zich niet. Hij heeft verschillende vrienden in de buurt. En in die betonnen, droge kelder van zijn huis heeft hij bijvoorbeeld nog een apparaat ontwikkeld dat met röntgenstralen virussen in kaart kan brengen voor onderzoek.

Meer verhalen met
Onderwerp: Wonen  
Locatie: Kralingen  Rotterdam-Oost  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
,,We weten dat de ’s-Gravenhof en Buitenzorg hier staan en sommigen kennen de vroegere Ypenhof nog. Maar er zijn hier waarschijnlijk wel dertig tot veertig buitenplaatsen geweest."
"Bij Kees Mulder in de Vijverlaan verzamelden we om wedstrijdjes te fietsen of Concours Hippique te spelen. Dan bouwden we hindernissen in zijn tuin van allerlei stoelen en tafels."
"Mijn vader heeft die mensen uitgekocht en Rijkswaterstaat de opdracht gegeven dat terrein op te hogen om daar een tuin van te maken. Dat is nu de mooiste tuin van Kralingen."
"Wij gingen niet naar de ’s-Gravenweg, maar naar de Tuin. Zo noemden we dat.’’
"Toen ik jong was, zaten er wel dertig Valken op de ’s-Gravenweg."
"De tuinders die bleven zijn in feite uitgerookt."
"M'n moeder was hier een toonaangevende figuur. Als je in de buurt naar Oetje vraagt, weten heel veel mensen wie dat is. Ze heeft er ook een lintje voor gekregen destijds.’’
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed