Terug
 
"Als je hier woont of in de stad, dat is een hemelsbreed verschil. Mensen zijn mensen natuurlijk, maar ze hebben daar een hele andere mentaliteit. Dit moet je zien als een dorp."
Gerrold Kamber (Suriname, 1963) en Stefan de Graaf (Rotterdam, 1959)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Uit de Rechthuislaan.
En onderdeel van de collectie: Verhalen van Katendrecht.

Stefan is in 1959 geboren in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam-Zuid. Hij heeft gewerkt als, onder andere, constructiebankwerker, pijpfitter en electricien. Na zijn scheiding is hij naar Katendrecht verhuisd. Omdat zijn broer in de Hellas bar werkte, was Stefan al bekend met de wijk. Hij kreeg een huis in de Rechthuisstraat en woont daar nu nog steeds. Hij heeft twee dochters. Stefan heeft na zijn scheiding geworsteld met alcoholisme, maar inmiddels staat hij al een jaar of acht droog. Makkelijk was het niet, maar hij kan weer gewoon in cafés komen om te biljarten. Dat doet hij regelmatig met vriend en buurman Gerrold. De laatste kwam op zijn veertiende uit Suriname naar de Kaap en heeft inmiddels twee zoons, hij werkt als lasser. Café Norge op de hoek van de Rechthuislaan en de Tolhuislaan is hun vaste prik. Als het mooi weer is gaan ze ook wel eens op een bankje zitten om te praten over koetjes en kalfjes.

Meer verhalen met
Onderwerp: Wonen  
Locatie: Katendrecht  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Linda Malherbe
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Een zus van mij kreeg verkering met een jongen van Katendrecht, van de familie Van Maarschalkerwaard. En ja, die woonden hier op de Rechthuislaan, tegenover de katholieke kerk. En dan waren er weleens van die dingen van Clubhuis De Boei en zo. En daar gingen zij dan naartoe. Nou, dan mocht ik ook mee."
"We hebben er toen nooit geen last van gehad. Na de oorlogsjaren, toen deden we boodschappen voor deze vrouwen. Je kon ze bij naam en toenaam. Zwarte Bet, zwarte Greet, manke Tilly."
"Ik heb ook trainingen gegeven in de buurt, voetbaltrainingen, rapworkshops. En dat zie je ook een soort broederschap ontstaan. Bij mij ging het altijd om respect, hè, elkaar waarderen en samenzijn. Dat zijn mooie dingen toch, met liefde met elkaar omgaan."
"Het was gewoon een prostitutiebuurt en ik ben daarin opgegroeid en we hebben er plezier van gehad, want je hebt er zelfs geld aan verdiend. En dat waren wij niet alleen: half Katendrecht verdiende er geld aan. Kamertjes timmeren, of kamertje behangen, of even de hond uitlaten, of weet ik veel wat. Die meiden waren altijd wel goed met de tip."
"Verderop in de straat had je de winkel van Romeijn zitten. Dat was meer een volkszaak. Bij ons kwam, ik zal niet zeggen de elite, maar wel ander volk."
"Mijn oma zei altijd: je kunt beter boven een hoerenkast wonen dan boven de kerk, want als je honger hebt, krijg je van die hoeren te vreten, van de pastoor niet."
"In de kapsalon hoor ik heel veel verhalen. Ja, natuurlijk maak je ook soms gekke dingen mee. Dat hoort er bij. Eigenlijk ben je een soort maatschappelijk werk. Je luistert, ze willen alleen dat iemand er voor hun is. En hun begrijpt."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed