Terug
 

Luistervoorstelling: Het Vergeten Bombardement van 1943

Deze luistervoorstelling is onderdeel van de collectie: Het Vergeten Bombardement van 1943.

  Boek deze luistervoorstelling

In aanloop naar de 75-jarige herdenking van het Vergeten Bombardement op Rotterdam-West reisde de Verhalenkeet naar Park 1943, de plek waar de Amerikaanse bommen per vergissing terechtkwamen met rampzalige gevolgen. Op verzoek van Jan Polet, wiens schoonvader een van de 427 doden was, legden we eind 2017 en begin 2018 de verhalen vast van zestien ooggetuigen en nazaten van slachtoffers. Een ieder vertelde een uur lang. Van alle verhalen presenteerden we tijdens de herdenking op 31 maart 2018, precies 75 jaar na dato, een luisterboekje, inclusief een audiocompilatie van 75 minuten. Daarvan is hier een fragment te beluisteren. Bovendien bevat het boekje persoonlijke en historische foto’s en feitelijke wetenswaardigheden over het bombardement, dankzij het historisch onderzoek van Jac. Baart en Lennart van Oudheusden. Zij presenteerden op 16 november 2018 hun boek Target Rotterdam over alle geallieerde bombardementen op de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De vertellers uit deze luistervoorstelling
"Je hoorde die bommen overgaan. Maar in principe wij stonden zo bij elkaar en als je nou zegt, ben je echt bang geweest? Zeg ik nee. Klinkt heel gek.."
"Dan weet je niet wat je ziet. De huizen lagen in puin en de lijken lagen opgestapeld.''
"Ik stap net binnen en gelijk kledder: enorme explosies. De kalk vloog van het plafond."
"Een Duitser zei nog: gaan jullie maar in het midden lopen, want dadelijk vallen de muren om en dan leef je niet meer."
"Mijn moeder pakte ons op een gegeven ogenblik vast en hield ons stijf tegen zich aan. Oren dicht. Zodra het was afgelopen, was het stil. Alleen maar dood- en doodstil."
"Er was een enorme paniek in huis en ik ben dus naar de voorkamer gelopen, keek naar buiten en zag dat het allemaal in elkaar lag."
"Mijn vader was uit zijn werk gaan zoeken. Die kwam bij de Schiedamseweg aan, zag dat gat en dacht dat we allemaal dood waren."
"Die renden allemaal op de glasscherven, zo’n snerpend, naargeestig geluid, iets wat ik bij wijze van spreken nog kan horen."
"M'n broertje was weggekropen. Die was op het toilet gegaan en zat onder het bloed. Mijn oudste zus riep: ‘Moeder, we gaan eraan."
"Zo om een uur of vijf, half zes, werd op het Marconiplein voor de mensen, die allemaal dakloos waren natuurlijk, brood uitgedeeld en makrelen en dat hebben we ’s avonds gegeten."
"Dus ik doe de buitendeur open en ik zie vanaf de Marconipleinkant een enorme stofwolk aankomen. In die stofwolk liepen allemaal mensen."
"De ene steen na de ander werd weggehaald, totdat ze een stukje ceintuur vonden van haar jas. Ze is gevonden."
"We konden nog ontkomen, al kon mijn moeder niks meer meenemen. Ze zei: gelukkig heb ik mijn jongens nog."
"Dat was een hoop gegil, gekrijs. Daarna ben ik weggezakt."
"De opdracht was: als een bombardement dreigt, allemaal onder de trap. We stonden daar en mijn oudste zus zei op een ogenblik: ‘We hebben George vergeten."
"Het is afschuwelijk om de branden zo dichtbij te zien en te ruiken."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed