Terug
 
"Bij Kees Mulder in de Vijverlaan verzamelden we om wedstrijdjes te fietsen of Concours Hippique te spelen. Dan bouwden we hindernissen in zijn tuin van allerlei stoelen en tafels."
Jaap van Waning (Rotterdam, 1946)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Verhalen van de ‘s-Gravenweg, deel 1.
En onderdeel van de collectie: Verhalen van de 's-Gravenweg.

Zijn hele leven is de ’s-Gravenweg al bekend terrein. Hij is geboren op de Oudedijk en heeft daar tot zijn twaalfde jaar gewoond, samen met zijn ouders en jongere broer. In 1958 verhuisde het gezin Van Waning naar de Essenlaan, waar Jaaps vader zelf een huis had laten bouwen, ontworpen door architect Fiolet. Zijn grootouders woonden ook vlakbij, in de Vijverlaan. ,,Die hadden een heerlijk huis, waar de hele familie bij elkaar kwam tijdens de feestdagen.’’ De tuin van zijn grootouders’ huis liep door tot de Essenlaan, waar een grote schuilkelder stond. Daar is tijdens de oorlog vaak gebruik van gemaakt, ook door omwonenden. Als jongen kwam hij vaak op de oude Ypenhof. Zijn tante – een zuster van zijn vader – was getrouwd met de toenmalige eigenaar Albert Goudriaan, zoon van de bekende en gelijknamige reder. Daar speelde hij altijd in
de tuin, of schaatste hij ’s winters op de vijver. In het Kralingse Bos komt hij ook zijn leven lang, om er te wandelen of paard te rijden, op de Rotterdamsche Manège, wat hij vanaf zijn zevende doet. Naast paarden groeide hij op met veel andere dieren: teckels, krielkippen, postduiven, hamsters en konijn Anja, vernoemd naar zijn ouders Annie en Jaap. Vanwege school, paardrijden en via de hervormde Hoflaankerk, waar hij veel kwam, had Jaap veel vriendjes en vriendinnetjes in de buurt. Met hen speelde hij belletje trek, landje veroveren en allerlei buitensporten. ,,Bij Kees Mulder in de Vijverlaan verzamelden we om wedstrijdjes te fietsen of Concours Hippique te spelen. Dan bouwden we hindernissen in zijn tuin van allerlei stoelen
en tafels.’’ Sinds 1980 woont hij aan de ’s-Gravenweg, in één van de twee huizen die door zijn toenmalige buurman, architect Krijgsman zijn ontworpen, dezelfde architect van onder meer de Lijnbaanflats. De twee huizen zijn gebouwd in 1948. In zijn tuin staat een 2500 kilo zwaar wegend beeld van een olifant die voor de wederopbouwtentoonstelling E55 is gemaakt. Jaap heeft altijd in het familiebedrijf gewerkt: Koninklijke Aannemingsmaatschappij Van Waning, opgericht door zijn overgrootvader in 1888, aan de Kousdijk in Delfshaven. ,,Hij heeft nog werkzaamheden uitgevoerd aan Paleis Het Loo, ten tijde dat Emma koningin-regentes
was van Nederland.’’ Zijn overgrootvader was een pionier: hij ontwierp kunstzandsteen, omdat de productie van zandsteen schadelijk was voor de gezondheid. Daarnaast legde hij rioleringen
aan; wegens gebrek daaraan kregen veel mensen cholera en tyfus. In 1903 kreeg het bedrijf het predicaat koninklijk. Jaap heeft als vierde generatie vijftig jaar in het bedrijf gewerkt. Tot 2011 was hij directeur. In mei 2016 ging het bedrijf helaas failliet, maar heeft het gelukkig een
doorstart kunnen maken. Met Van Waning Bouw gaat het weer goed. Jaap van Waning bekleedde jarenlang verschillende bestuursfuncties in de bouwnijverheidssector en in maatschappelijke organisaties. In 2010 ontving hij de Wolfert van Borselenpenning, voor zijn inzet voor de Rotterdamse samenleving.

Meer verhalen met
Onderwerp: Wonen  
Locatie: Kralingen  Rotterdam-Oost  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud, Linda Malherbe
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
,,We weten dat de ’s-Gravenhof en Buitenzorg hier staan en sommigen kennen de vroegere Ypenhof nog. Maar er zijn hier waarschijnlijk wel dertig tot veertig buitenplaatsen geweest."
,,Architect Kromhout heeft hier een betonnen bassin laten maken, daarop is het huis gebouwd. Dat is geweldig, want die kelders zijn zo droog als het maar kan.’’
"Mijn vader heeft die mensen uitgekocht en Rijkswaterstaat de opdracht gegeven dat terrein op te hogen om daar een tuin van te maken. Dat is nu de mooiste tuin van Kralingen."
"Wij gingen niet naar de ’s-Gravenweg, maar naar de Tuin. Zo noemden we dat.’’
"Toen ik jong was, zaten er wel dertig Valken op de ’s-Gravenweg."
"De tuinders die bleven zijn in feite uitgerookt."
"M'n moeder was hier een toonaangevende figuur. Als je in de buurt naar Oetje vraagt, weten heel veel mensen wie dat is. Ze heeft er ook een lintje voor gekregen destijds.’’
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed