Terug
 
"En die zingen op zaterdagmiddag en zondagmiddag alleen in het Ests, met Estse muziek en Estse dirigenten. Buitengewoon emotioneel. Dat is iets fantastisch."
Jan Brouwer (Assen, 1942)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Rotterdam Estonia 100.
En onderdeel van de collectie: Estlandse migratieverhalen: Rotterdam Estonia 100.

Al sinds de jaren negentig is Jan Brouwer de honorair consul van Estland. Hij werd geboren in Assen en groeide op in Oegstgeest. In 1970 kwam hij voor het eerst in Rotterdam om bij Koninklijke Pakhoed te gaan werken. ,,Toen ben ik eigenlijk ook in mijn bloed Rotterdammer geworden. Qua werken ging niks boven Rotterdam; hard werken en heel direct.’’ Werkende bij Pakhoed, dat na de fusie met Van Ommeren Vopak werd, kwam Jan Brouwer in 1991 in Tallinn terecht. Het land werd net onafhankelijk en Pakhoed koos de Estse hoofdstad uit om er een nieuwe terminal te bouwen voor de export van Russische olie. Daardoor kwam hij veel in Estland, zeker tien tot twintig keer per jaar. Het bedrijf dat de olieterminal bouwde, was voor de helft van Pakhoed en voor de andere helft van Esten. Zo kreeg hij veel te maken met de overheid van het nog betrekkelijk jonge land. ,,En op een gegeven moment vroeg men aan mij: zou jij consul van Estland willen worden?’’ Daar hoefde Jan Brouwer niet lang over na te denken. ,,Daar heb ik ja op gezegd. En dat doe ik nog steeds met heel veel plezier.’’
Zijn voorganger, Carel Stahl, kwam eveneens uit Nederland en uit Rotterdam. Hij was consul in Rotterdam voor Estland van ongeveer 1919 tot 1940. Met diens kleindochter is Jan Brouwer door de stadsarchieven gegaan en heeft meegeschreven aan een boek over hem. ,,Hij was handelaar, in graan ook. En veel van die graan kwam uit Estland. Dus bij mij was het olie en bij hem graan.’’ Als honorair consul faciliteert Jan Brouwer onder meer ontmoetingen tussen bijvoorbeeld havenmensen uit Tallinn en havenmensen uit Rotterdam. Daarnaast is hij beschikbaar voor de Estse ambassadeur in Den Haag. In 2000 ging hij met pensioen, maar hij komt nog regelmatig in Estland, zeker als Laulupidu plaatsvindt, een evenement waarbij de beste zangkoren samenkomen in klederdracht. ,,En die zingen op zaterdagmiddag en zondagmiddag alleen in het Ests, met Estse muziek en Estse dirigenten. Buitengewoon emotioneel. Dat is iets fantastisch. Ik neem altijd tien, twintig mensen mee en die komen ontroerd terug in Nederland.’’

Meer verhalen met
Onderwerp: Migratie  
Locatie: Rotterdam-Centrum  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud, Linda Malherbe
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Als kleine baby’s werd we al buiten in de wagen te slapen gelegd om immuun te worden voor de kou."
"Ik krijg er gewoon letterlijk kippenvel van. De geur, de natuur, al die vogels die fluiten. Dat is echt een deel van mij."
"Esten geloven niet zozeer in God of Jezus Christus. Ze geloven meer in bomen. Daarom zijn mensen in Estland misschien ook wat meer geaard."
"Estische smaak is voor mij, is de smaak van dille, dat vind ik zo lekker en elke keer als ik in Estland ben, maak ik elke keer Huttenkäse, dat is ook een beetje Estisch."
"Alles was ineens open, we mochten gaan, alleen niet werken. Om te werken had je een vergunning nodig en als au pair was dat het allermakkelijkst."
"Ik ben nu 26, 27 jaar hier, meer dan de helft van mijn leven. Dat is ook thuis. Ik hang er een beetje tussenin."
"Dan ging oma uit Estland op een krukje staan en dan had ze een heel klein bijbeltje en daar ging ze dan zo dichtbij uit dat bijbeltje lezen.”
"Mijn vader had, hoewel hier geboren, een soort Estse of Russische pathos. Hij was heel erg familiegericht, dat betekent alles voor elkaar over hebben."
"Al onze kinderen zijn in Estland geboren, dat is superbelangrijk voor ons. Estland is een heel groot deel van ons leven."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed