Terug
 
"Voor mij is deze kebaja heel belangrijk, omdat het iets tastbaars is, wat nog van mijn moeder is geweest en wat ze heeft gedragen."
Jelle van der Mee – Souhoka (Huizen, 1955) & Tonny van der Mee (Laren, 1974)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Mahina, ode aan de Molukse vrouw.
En onderdeel van de collectie: Molukse migratieverhalen.

Als mensen haar zien, zeggen ze: je bent net je moeder. Hun gezichten zijn sprekend. Van haar moeder Dorsila Nanlohy heeft Jelle nog een kebaja geërfd, één van de weinige tastbare herinneringen die ze koestert. Jelle was 14 jaar toen haar moeder, slechts 44 jaar, omkwam bij een auto-ongeluk, met twee kinderen op de achterbank, die het wel overleefden. Waar haar vader streng was, was haar moeder juist zorgzaam. Zo zorgde ze voor het gezin met totaal zeven kinderen in kamp Almere, waar ze terechtkwamen na hun lange reis naar Nederland. Jelle’s ouders en Tonny’s grootouders, komen allebei van het eiland Saparua uit twee naast elkaar liggende dorpen: Haria en Porto. Tonny is daar geweest in 2001, toen hij als journalist voor het Rotterdams Dagblad op de Molukken was, om te schrijven over de burgeroorlog. ,,Op Saparua kon je vrij rondlopen. Het voelt als thuis, heel vertrouwd, ook al ken je de mensen niet.’’ Jelle’s grootouders van moederskant waren zo trouw aan Nederland dat zij het bevel van de Japanse bezetter weigerden uit te voeren om over de Nederlandse vlag te lopen, waardoor ze werden onthoofd. ,,Mijn moeder is bij haar oudste zus in huis gekomen. En toen kwam mijn vader, die was KNIL-militair en verliefd op haar geworden.’’ Haar ouders kwamen in Nederland eerst in Schattenberg terecht, het voormalig Westerbork en vervolgens in Huizen, in kamp Almere, waar Jelle tot de jaren zeventig opgroeide. In 1970 verhuisden de Molukse gezinnen verspreid over Huizen, daar was geen Molukse wijk. ,,Die gezamenlijkheid mis je dan wel.’’ Uiteindelijk verhuisde ze naar Rotterdam met haar Nederlandse man en hun drie kinderen: Tonny, zijn broer en zijn zus. Dat was destijds not done: trouwen met een Nederlander en verhuizen van je familie vandaan. In Rotterdam ging Jelle studeren, eerst activiteitenbegeleiding aan het mbo en later volgde ze de hbo-opleiding Sociaal Pedagogische Wetenschappen. ,,Dat was echt iets wat ik heb ontdekt, vanuit het wij-gevoel opeens naar ik, dat ik ook belangrijk ben, dat je ook jezelf mag zijn.’’ Dat heeft ze haar kinderen ook meegegeven. Haar zoon Tonny heeft uiteindelijk vwo gedaan, geschiedenis gestudeerd en is uiteindelijk journalist geworden bij het Algemeen Dagblad. Wat hij heeft meegekregen van zijn moeder en zijn vader is de hele Molukse geschiedenis en ook de saamhorigheid. Dat geeft hij zijn kinderen eveneens mee. ,,Ze weten dat ze Moluks zijn, daar zijn ze ook trots op.’’

Meer verhalen met
Onderwerp: Migratie  
Locatie: Capelle aan den IJssel  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud, Linda Malherbe
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Ineens zag ik de kust met wuivende palmbomen dat me op de een of andere manier aan mijn grootouders deed denken. En het was net alsof er een speer door mijn hart ging."
"Ze had alles over voor ons, ze had drie banen alleen om te zorgen dat wij konden eten of naar school konden. Ik had later pas door hoeveel en wat mijn moeder allemaal voor ons heeft gedaan."
"Mijn moeder heeft me nooit meegegeven verdrietig te blijven, niet terug te blikken maar vooruit te kijken. Ze zei: wees trots op waar je vandaan komt, je bent en blijft een Molukse en laat zien dat die Molukkers wat kunnen, beteken wat voor je volk."
"Mijn moeder was een zachtaardige vrouw, mooi om te zien. Eigengereid, strijdvaardig."
"Al heb je maar één druppel Ambonees bloed, je bent gewoon familie, ze sluiten je meteen in de armen, je hoeft verder niets te zeggen. Daar raakte ik echt diep ontroerd door."
"Ik vind zelf dat onze Nederlandse moeders ook tot de eerste generatie Molukkers behoren. Wat al die vrouwen hebben moeten offeren. Ze hebben hun nationaliteit opgegeven. Sommigen hebben zich verdiept in de taal, in het koken."
"We hadden wel Molukse buren. In elk straat woonden steeds twee Molukse gezinnen naast elkaar. Dat vond ik heel fijn op zo op te groeien, met wel het gevoel van de Molukse gemeenschap."
"Mijn opa's van beide kanten zijn KNIL-militair. Ik ben geboren in Friesland, in het jaar dat mijn ouders terugkeerden naar Indonesië."
"Wat ik me bijvoorbeeld heel erg realiseerde, ik ben zelf 51 en dat mijn oma dus vijftig was toen ze naar Nederland kwam. Dat je dus uit een totaal ander land hier komt en dan meemaakt wat je meemaakt, dat kan me iedere keer nog wel raken."
“Dat is iets wat mijn moeder heeft meegegeven: wéét waardoor we hier zijn terechtgekomen en vertel alsjeblieft hoeveel verdriet je oma en alle andere vrouwen en mannen hebben gehad om hun dierbaren achter te laten. Dat mag niet vergeten worden, daardoor zijn we wel sterker geworden.’’
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed