Terug
 
"In de Chinese traditie bij ons op Katendrecht, was het zo, ze hielpen elkaar altijd. Zo zijn de Chinese restaurants ontstaan. Chong Kok Low was de oudste - het eerste Chinese restaurant in Nederland."
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Over de Eerste Generatie – duur 28’38”.
En onderdeel van de collectie: Chinese Restaurantverhalen.

Jim Tsang (Rotterdam – Katendrecht, 1934)

Hij heeft ze nog zien lopen, Chinezen met kaalgeschoren voorhoofden en achterop de lange haren gebonden in een staart of vlecht. Jim Tsengwah Tsang werd geboren aan de Brede Hilledijk op Katendrecht. Zijn vader was geboren in China en kwam rond 1920 als zeeman aan op Katendrecht. Hij werd verliefd op Maria Junius, dochter van een grote reder. ,,Omdat ze met elkaar trouwden is zij min of meer uit de familie gezet.’’ Eigenlijk is de familienaam Chong, maar toen ze bij de Burgerlijke Stand Tsang opschreven, durfde zijn vader dat niet meer te corrigeren. Iedereen op Katendrecht kende Jims vader als Chong Kid.

Chong Kid was een shipping master, iemand die zeelieden wierf voor de schepen en zorgde dat ze aan wal ergens konden wonen. Daarnaast was hij een van de investeerders in het eerste Chinese restaurant van Nederland: Chong Kok Low aan de Delistraat 18. ,,Volgens de Chinese traditie hielp je elkaar. Een groep mensen, onder wie ome Sam en mijn vader legden geld bij elkaar en daar werd nooit over gesproken. Zodra er winst gemaakt werd, kreeg iedereen zoetjesaan zijn geld weer terug.’’ De feitelijke eigenaar van Chong Kok Low was Yuen Wah, die samenwoonde met de Katendrechtse ‘tante’ Jo Kraaijeveld. ,,Het was ook het eerste restaurant dat bezorgde. Ze hadden van die aluminiumpannetjes die allemaal in elkaar pasten. En de broer van tante Jo bracht dat in haar autootje rond.’’

Tijdens de oorlog had Jims vader nog een eethuis in Den Haag. ,,Daar kwamen alleen Duitse officieren eten. Er was geen rijst, maar hij kreeg dan een vergunning voor gort. En de meeste gort werd bij ons thuis opgegeten natuurlijk.’’  Met de vader van Peter Yin had hij later een gokhuis in de Katendrechtse Atjehstraat.  Jim zelf werkte zijn hele leven op zee en bleef altijd op Katendrecht wonen samen met zijn vrouw met wie hij 61 jaar getrouwd was. Samen kregen ze vier zoons.

Meer verhalen met
Onderwerp: Eten / koken  Haven  Migratie  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing:
Interviewer:
Muziek:
Ondersteund door:
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Dus alles veel, in overvloed, met als gevolg dat je nog dagen kalkoen kan eten- of als je soep maakt, nog dagen soep kan eten. Je kan heel de buurt wel uitnodigen om mee te eten. Dat is gewoon iets, een afwijking, die is gewoon genetisch bepaald."
"En zo is mijn vader dus altijd bekend geweest hier. Chinese Kees of Kees Zee. En dan wist iedereen over wie je het had."
"Toen had je Chinese restaurants competities, dat waren voetbalcompetities op maandagmorgen. Ja, ik zat nog op school. Maar op maandag zijn al die Chinese restaurants dicht. Koen - die werkte vroeger in China Garden - ging altijd een briefje voor me schrijven dat ik naar de dokter moest."
"Mijn vader slachtte zelf vroeger zijn kippen. Een hoop Chinezen deden dat. Die hadden dan achter een ruimte gemaakt en dan kochten ze kippen, levende kippen, en dan lieten ze ze opgroeien en die pompten ze vol, dat ze lekker vet waren. En dan, nou mijn vader die wou altijd hebben dat ik het ook deed."
"Nou, toen is mijn moeder daar de boekhouding gaan doen. En dat mijn vader heel goed kan koken - want de liefde gaat door de maag - ja, zo is dat gekomen."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed