Terug
 
“Het waren kleine dingetjes, wij hoefden niet eerst toestemming te vragen als iemand langs wilde komen. De deur stond altijd open. Als je ouder wordt, ga je je realiseren dat je meerder invalshoeken hebt, de Nederlandse cultuur en je Koerdische roots.”
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Lalash Tahir.
En onderdeel van de collectie: Hiyat | Wederopbouw in Rotterdam, verhalen van Syrische Rotterdammers.

Lalash Tahir (1997, Heerenveen)

Ze groeide op in het Friese dorpje Heeg, met nog een oudere broer en een jonger broertje en zusje, in een Syrisch-Koerdisch gezin met wortels in Rojava.  Haar vader zette zich in voor gelijkheid voor Koerden. “Je mocht je cultureel niet uiten, de taal niet spreken. Om te studeren heb je veel geld nodig en als je een diploma hebt, word je niet zomaar aangenomen.” Nadat hij trouwde met haar moeder en ze een gezin wilde stichten, wensten ze een beter leven voor hun toekomstige kinderen. Ze vluchtten. “Ik weet dat ze een heftige reis hebben gehad. Ik denk dat het voor twee jonge mensen best wel traumatiserend was.”

In Nederland verbleven ze in verschillende asielzoekerscentra. In het laatste azc, in Heerenveen werd Lalash geboren. Zij beleefde vervolgens een heerlijke jeugd in het toeristische dorpje Heeg. “Mijn ouders zijn heel goed opgevangen door de gemeenschap daar. We gingen zelfs mee naar de kerk, terwijl we moslim zijn. Maar op zondag ging iedereen en mijn moeder dacht: ‘waarom zouden we thuis zitten, zij geloven in god, wij geloven in god. Het was gewoon een activiteit.” Hoewel ze zich thuis voelde, zag ze ook de verschillen. “Het waren kleine dingetjes, wij hoefden niet eerst toestemming te vragen als iemand langs wilde komen. De deur stond altijd open. Als je ouder wordt, ga je je realiseren dat je meerder invalshoeken hebt, de Nederlandse cultuur en je Koerdische roots.”

Lalash was 9 jaar toen daar de dominee en zijn vrouw, bevriend met het gezin, aanbelden. “Ze stonden daar huilend voor de deur met een bos bloemen. Ze begonnen elkaar te knuffelen. Ik ging ook maar meehuilen, pas later snapte ik dat we onze verblijfsvergunning hadden gekregen. Het dorp was echt wel met ons verbonden, ze deden mee met protesten. Er is nog een foto van mijn vader in de krant waarop hij staat met een bord: ’11 jaar hier, nog steeds geen papier’.” Vrij snel daarna verhuisde het gezin Tahir naar Almere. Hoewel ze het moeilijk vonden om hun sociale netwerk te verlaten, wilde haar vader studeren in Amsterdam, bouwen aan de toekomst. Ook Lalash ging politicologie studeren in Amsterdam en kwam uiteindelijk in Rotterdam voor haar master urban governance. “Thuis gaat het vaak over politiek, altijd staat het nieuws aan. We zijn allemaal heel politiek bewust.”

Ondertussen is Lalash drie keer in Syrië geweest, de plek van haar wortels, waar haar familie nog woont en waar ze voor het eerst haar opa en oma ontmoette. De eerste keer was in 2009, de laatste keer in 2017, toen IS net was verdreven, hoewel het niet honderd procent veilig was. “Syrië heeft een hele specifieke geur, als ik daar aankom weet ik: ik ben in Syrië. Het geeft me een fijn gevoel om daar te zijn.”

Meer verhalen met
Trefwoord: bombardement  Syrië  gevlucht  
Onderwerp: Migratie  Oorlog  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Fonds voor Cultuurparticipatie
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed