Terug
 
"M'n broertje was weggekropen. Die was op het toilet gegaan en zat onder het bloed. Mijn oudste zus riep: ‘Moeder, we gaan eraan."
Lena van Schie (Rotterdam, 1936)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Het Vergeten Bombardement van 1943.
En onderdeel van de collectie: Het Vergeten Bombardement van 1943.

Ze is het vijfde kind uit een heel groot gezin met acht meiden en zeven jongens. Haar vader werkte op Heijplaat, hij was scheepsklinker bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Ze waren streng. Van haar vader kreeg ze wel eens een tik. ,,Dan deed je het nooit meer.’’ Haar moeder was heel lief. ,,Ze was mijn grootste vriendin, ik deed alles voor haar. Ze is helaas jong gestorven, 51 jaar was ze nog maar.’’ Het grote gezin van Schie woonde in de Bootsmanstraat nummer 15, waar Lena is geboren en opgegroeid. Het huis telde een woonkamer en drie slaapkamers: een voor de ouders, een voor de jongens en een voor de meisjes.
Bijna zeven jaar was ze, toen op 31 maart 1943 de bommen vielen. ,,We stonden om moeder heen, in een halletje, toen werden we door de luchtdruk met z’n allen omhoog gesmeten.  Mijn oudste zus riep: ‘Moeder, we gaan eraan’.’’ Een broertje was weggekropen. ,,Die was op het toilet gegaan en zat onder het bloed.’’ Door de ramen zijn ze gevlucht. Buiten zag ze puin. En ik zag een kachel aan de wand hangen, een stuk muur. Vier huisdeuren waren zeker wel weggeslagen.
Na het bombardement zijn ze in de Bospolderschool bij elkaar gebracht. Haar vader, die zijn gezin had gevonden, ging terug naar de Bootsmanstraat om wat spulletjes te halen. ,,Alles was gestolen. Huisraad, kleding, noem maar op.’’ Alleen de divan kon hij nog meenemen.  De eerste nacht konden ze overnachten bij bewoners aan de Walenburgerweg. Daarna hebben ze ook nog in het Coolsingelziekenhuis geslapen. Uiteindelijk vertrokken Lena en haar familie naar Katwijk, waar ze bij verschillende mensen terechtkwamen. ,,Een zus was bij een bakker, een broer bij een andere bakker en ik was bij een slager ondergebracht.’’ Hun huis heeft het bombardement doorstaan. Na drie maanden is het opgeknapt. ,,En toen mochten we weer terug. Ja, dat vond ik wel bijzonder.’’
Tijdens de oorlog is nog in Groningen geweest om aan te sterken. Daar heeft ze bevrijding meegemaakt en ook in Rotterdam kan ze de feestvreugde herinneren. Na de huishoudschool werd ze inpakster bij Van Nelle. Tot haar 21ste heeft ze aan de Bootsmanstraat gewoond. Eerst woonde ze nog op een kamertje in Oud-Mathenesse, na haar trouwen woonde ze in bij haar schoonmoeder in de Nozemanstraat. Vaak kwam ze nog in haar oude buurtje bekenden tegen bij wie ze na de oorlog op de koffie kwam. Momenteel woont ze in een 55-plusflat.

Meer verhalen met
Trefwoord: bombardement  
Onderwerp: Oorlog  
Locatie: Rotterdam-West  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek:
Ondersteund door: Linda Malherbe, Joop Reijngoud
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Je hoorde die bommen overgaan. Maar in principe wij stonden zo bij elkaar en als je nou zegt, ben je echt bang geweest? Zeg ik nee. Klinkt heel gek.."
"Dan weet je niet wat je ziet. De huizen lagen in puin en de lijken lagen opgestapeld.''
"Ik stap net binnen en gelijk kledder: enorme explosies. De kalk vloog van het plafond."
"Een Duitser zei nog: gaan jullie maar in het midden lopen, want dadelijk vallen de muren om en dan leef je niet meer."
"Mijn moeder pakte ons op een gegeven ogenblik vast en hield ons stijf tegen zich aan. Oren dicht. Zodra het was afgelopen, was het stil. Alleen maar dood- en doodstil."
"Er was een enorme paniek in huis en ik ben dus naar de voorkamer gelopen, keek naar buiten en zag dat het allemaal in elkaar lag."
"Mijn vader was uit zijn werk gaan zoeken. Die kwam bij de Schiedamseweg aan, zag dat gat en dacht dat we allemaal dood waren."
"Die renden allemaal op de glasscherven, zo’n snerpend, naargeestig geluid, iets wat ik bij wijze van spreken nog kan horen."
"Zo om een uur of vijf, half zes, werd op het Marconiplein voor de mensen, die allemaal dakloos waren natuurlijk, brood uitgedeeld en makrelen en dat hebben we ’s avonds gegeten."
"Dus ik doe de buitendeur open en ik zie vanaf de Marconipleinkant een enorme stofwolk aankomen. In die stofwolk liepen allemaal mensen."
"De ene steen na de ander werd weggehaald, totdat ze een stukje ceintuur vonden van haar jas. Ze is gevonden."
"We konden nog ontkomen, al kon mijn moeder niks meer meenemen. Ze zei: gelukkig heb ik mijn jongens nog."
"Dat was een hoop gegil, gekrijs. Daarna ben ik weggezakt."
"De opdracht was: als een bombardement dreigt, allemaal onder de trap. We stonden daar en mijn oudste zus zei op een ogenblik: ‘We hebben George vergeten."
"Het is afschuwelijk om de branden zo dichtbij te zien en te ruiken."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed