Terug
 
"Estische smaak is voor mij, is de smaak van dille, dat vind ik zo lekker en elke keer als ik in Estland ben, maak ik elke keer Huttenkäse, dat is ook een beetje Estisch."
Marian Laving (Estland, Tallinn, 1968) en dochter Minna den Boer (Rotterdam, 2002)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Rotterdam Estonia 100.
En onderdeel van de collectie: Estlandse migratieverhalen: Rotterdam Estonia 100.

Zo’n 25 jaar geleden kwam Marian in een kleine personenauto via Polen en Duitsland in Nederland terecht, met slechts een paar boeken, haar naaimachine en wat kleren. Hier, in Rotterdam, werden haar dochter Minna en zoon Joosep – een tweeling – geboren.
Marian is zelf geboren in Tallinn, waar ze opgroeide bij haar moeder Anna, vader Yuri en haar broer met wie ze een kamer deelde. Toen ze 16 jaar was, zo oud als haar dochter Minna nu, luisterde ze vaak via een koptelefoon naar muziek, zodat ze een beetje kon dwalen in haar eigen wereld. Daarnaast zong ze in een meisjeskoor en was ze veel buiten.  Ze zou eigenlijk docent Estische taal worden in Estland, maar werd verliefd op de vader van Minna en Joosep. ,,Ik heb mijn studie afgemaakt en ben daarna gelijk naar Nederland gegaan.’’ Hier gaf ze eerst les in de Estse taal aan een klein clubje Nederlanders. Momenteel geeft ze Nederlandse les als tweede taal op het Albeda College. Daarnaast schildert Marian, vooral portretten. Een paar van haar studenten heeft ze ook op die manier vastgelegd. ,,Dat vind ik heel erg leuk, vooral omdat ik veel werk met mensen uit verschillende culturen.’’ Daarom houdt ze ook erg van Rotterdam, vanwege de diversiteit. ,,Het geeft je gewoon soort van vrij en relaxt gevoel dat dat allemaal hier naast elkaar mag existeren en dat iedereen zich hier min of meer op zijn gemak voelt.“
Hoewel Minna een echte Rotterdamse is, komt ze graag in Estland. Als ze bij oma en opa is, eten ze elke dag een soort pap met vier granen, met honing en jam van opa, gemaakt van bessen uit de eigen tuin. ,,Vooral bessen doen mij heel erg aan Estland denken.” Bij hun zomerhuis heeft ze ook veel vrienden. ,,Heel veel honden komen altijd bij ons langs, wat ik ook heel leuk vind. Want er is Tipa, die kwam echt heel vaak. Een teckel, een taxi in het Estisch hè?’’ Minna spreekt goed Ests. Ze gaat naar het Rotterdams Lyceum en hoopt later iets te gaan doen met mode. Ze wil wellicht ook in Estland gaan wonen. ,,Ja ik vind Estland een mooi land, een fijn land om te zijn.’’

Meer verhalen met
Onderwerp: Migratie  
Locatie: Rotterdam-Centrum  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud, Linda Malherbe
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"En die zingen op zaterdagmiddag en zondagmiddag alleen in het Ests, met Estse muziek en Estse dirigenten. Buitengewoon emotioneel. Dat is iets fantastisch."
"Als kleine baby’s werd we al buiten in de wagen te slapen gelegd om immuun te worden voor de kou."
"Ik krijg er gewoon letterlijk kippenvel van. De geur, de natuur, al die vogels die fluiten. Dat is echt een deel van mij."
"Esten geloven niet zozeer in God of Jezus Christus. Ze geloven meer in bomen. Daarom zijn mensen in Estland misschien ook wat meer geaard."
"Alles was ineens open, we mochten gaan, alleen niet werken. Om te werken had je een vergunning nodig en als au pair was dat het allermakkelijkst."
"Ik ben nu 26, 27 jaar hier, meer dan de helft van mijn leven. Dat is ook thuis. Ik hang er een beetje tussenin."
"Dan ging oma uit Estland op een krukje staan en dan had ze een heel klein bijbeltje en daar ging ze dan zo dichtbij uit dat bijbeltje lezen.”
"Mijn vader had, hoewel hier geboren, een soort Estse of Russische pathos. Hij was heel erg familiegericht, dat betekent alles voor elkaar over hebben."
"Al onze kinderen zijn in Estland geboren, dat is superbelangrijk voor ons. Estland is een heel groot deel van ons leven."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed