Terug
 
"Dan ging oma uit Estland op een krukje staan en dan had ze een heel klein bijbeltje en daar ging ze dan zo dichtbij uit dat bijbeltje lezen.”
Tamara Rohde (Rotterdam, 1958), Frank Mesdag (1985) en Bianca Mesdag (1985)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Rotterdam Estonia 100.
En onderdeel van de collectie: Estlandse migratieverhalen: Rotterdam Estonia 100.

Haar opa was een zeeman uit Tallinn die is aangemonsterd in Katendrecht. Tamara’s oma werkte in de Estonia Bar aan de Veerlaan, hun zeemanspension voor Esten. ,,Ze konden er slapen bovenin het pension, maar ze hadden ook een plek waar ze gezellig met elkaar konden zijn voordat ze weer op reis gingen.” Opa Rohde overleed vrij snel na de oorlog, op jonge leeftijd. Tamara heeft hem nooit gekend. ,,Mijn overgrootmoeder uit Estland kwam toen naar het gezin in Rotterdam, om voor haar kleinzoon, mijn vader te zorgen. Dat vind ik wel heel bijzonder, daar ben ik haar nu dankbaar voor.’’ Haar vader ging ook werken in de Estonia Bar en daarna als portier bij General Motors. Als kind zijnde kwam Tamara ongeveer eenmaal per maand in de Estonia Bar. ,,Mijn moeder wilde niet zo graag dat ik daar kwam. Mijn vader vond het wel gezellig als ik mee ging. Ik weet nog dat ik altijd even achter de flipperkast mocht.”
Haar vader was dol op zijn oma, hij vertelde altijd over haar. ,,In haar kamer hing zo’n klein peertje. Dan ging die oma uit Estland op een krukje staan en dan had ze een heel klein bijbeltje en daar ging ze dan zo dichtbij uit dat bijbeltje lezen.” In 1985 kreeg Tamara een tweeling, Frank en Bianca. Enkele jaren later overleed haar moeder. ,,Vanaf toen heeft mijn vader ons veel geholpen. Hij kwam bijna dagelijks.”  Bianca: ,,Ik heb echt goede herinneringen aan opa. Hij had zo’n beetje een dikkere buik. Droeg bretels. En best wel vaak vroeg hij aan ons van: o, wil jij even op mijn rug krabben? Dat vonden wij heel leuk. Iedereen in de buurt kende mijn opa ook, omdat hij altijd op zijn fietsje rondreed. Altijd fluiten. En een praatje maken.”  Bianca werkt nu als HR adviseur en woont sinds een half jaar aan de noordelijke kant van de Maas.
Frank vertelt dat opa hen veel voorlas. ,,En als we eten gingen halen bij de Chinees, dan vond hij het leuk dat wij tot tien konden tellen in het Chinees. Dat kunnen we nog steeds: ja, ji, saam, sei, m, lok, cat, baat, kau, sap. Dat heeft opa ons geleerd.” Frank werkt nu als business developer bij transportbedrijf DHL. Hij woonde zelf enkele jaren samen op Katendrecht, aan de Brede Hilledijk, de plek waar zijn opa is geboren. ,,Ik had toen een buurman, Herman van Eijk,  een echte Kapenees. Als ik dan uit werk kwam, ging ik een whisky’tje met hem drinken en zat ik zo een paar uur naar zijn verhalen te luisteren. Hij kon ook over de Estonia Bar nog het een en ander vertellen.”
Het gezin is nog nooit naar Estland geweest. Tamara: ,,Mijn vader had vliegangst, die durfde niet. Hij wilde eigenlijk ook nooit over vroeger praten. Hij moest in de oorlog, zoals zoveel mannen hier, met zo’n razzia mee en heeft in Duitsland gewerkt.” Ze vroeg haar vader ooit om iets op te schrijven over de Estse en Duitse kant van zijn ouders. Dat heeft hij gedaan. Nu, zo’n twintig jaar later, koestert Tamara de twee A4-tjes met haar familiegeschiedenis.

Meer verhalen met
Onderwerp: Migratie  
Locatie: Rotterdam-Centrum  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Laura Schalkwijk
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud, Linda Malherbe
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"En die zingen op zaterdagmiddag en zondagmiddag alleen in het Ests, met Estse muziek en Estse dirigenten. Buitengewoon emotioneel. Dat is iets fantastisch."
"Als kleine baby’s werd we al buiten in de wagen te slapen gelegd om immuun te worden voor de kou."
"Ik krijg er gewoon letterlijk kippenvel van. De geur, de natuur, al die vogels die fluiten. Dat is echt een deel van mij."
"Esten geloven niet zozeer in God of Jezus Christus. Ze geloven meer in bomen. Daarom zijn mensen in Estland misschien ook wat meer geaard."
"Estische smaak is voor mij, is de smaak van dille, dat vind ik zo lekker en elke keer als ik in Estland ben, maak ik elke keer Huttenkäse, dat is ook een beetje Estisch."
"Alles was ineens open, we mochten gaan, alleen niet werken. Om te werken had je een vergunning nodig en als au pair was dat het allermakkelijkst."
"Ik ben nu 26, 27 jaar hier, meer dan de helft van mijn leven. Dat is ook thuis. Ik hang er een beetje tussenin."
"Mijn vader had, hoewel hier geboren, een soort Estse of Russische pathos. Hij was heel erg familiegericht, dat betekent alles voor elkaar over hebben."
"Al onze kinderen zijn in Estland geboren, dat is superbelangrijk voor ons. Estland is een heel groot deel van ons leven."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed