Terug
 
"Nou, toen is mijn moeder daar de boekhouding gaan doen. En dat mijn vader heel goed kan koken - want de liefde gaat door de maag - ja, zo is dat gekomen."
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Over de Eerste Generatie – duur 28’38”.
En onderdeel van de collectie: Chinese Restaurantverhalen.

Yock Ying Liou (Rotterdam-Katendrecht, 1953)

Veel Kapenezen kennen haar vader nog, die in de Katendrechtse volksmond Poppenjantje werd genoemd. Hij was kok, tolk en kunstenaar en maakte in zijn eigen atelier aan de Tolhuislaan poppen en Chinese vliegers van bamboe en rijstpapier en lampen van beschilderd zijde.  Die werden verkocht bij Kunsthandel Van Veen op de Lijnbaan, maar hingen ook in hun eigen restaurant Kong Ying, vlakbij de Lage Erfbrug, op de hoek van de Nieuwe Binnenweg. Het restaurant was vernoemd naar Yock Ying en haar oudere broer; Yung Kong. Yock Yings vader stond er in de keuken. Hij kookte niet alleen Chinees, maar ook Portugees, Indiaas en Indonesisch. Yocks vader was als zeeman vanuit Macau, een voormalige Portugese kolonie in China, naar Nederland gekomen. Hier kwam hij te werken voor de Koninklijke Porceleyne Fles waar hij Delfts Blauw aardewerk beschilderde en daarna had hij een baan bij een poppenfabriek in Amsterdam. Nog voor de oorlog ging hij op Katendrecht wonen, waar hij in Margaretha van den Ende een boekhouder vond voor zijn administratie. Ze werden verliefd en kregen een zoon en een dochter, Yock. Zij werd geboren in een bedstee in de Tolhuislaan. Yock Ying speelde als kind met poppen, maar sprong stiekem ook van de hijskranen en op rijdende treinen op Katendrecht. Met haar vader ging ze naar Wing Wah, naar de gokhuizen en opiumkits. Daarna kreeg ze altijd een glaasje Rivella bij Café Bleij.  Zelf heeft ze het grootste deel van haar leven bij de bank gewerkt. Na het overlijden van haar vader in 1972 zijn Yock en haar moeder naar de ‘overkant’ verhuisd. Daar woont ze nog steeds. Volgens Yock Ying zit het koken in de genen, ze leerde het van haar vader.

Meer verhalen met
Onderwerp: Eten / koken  Kunst & cultuur  Migratie  Ondernemen  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing:
Interviewer:
Muziek:
Ondersteund door:
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"In de Chinese traditie bij ons op Katendrecht, was het zo, ze hielpen elkaar altijd. Zo zijn de Chinese restaurants ontstaan. Chong Kok Low was de oudste - het eerste Chinese restaurant in Nederland."
"Dus alles veel, in overvloed, met als gevolg dat je nog dagen kalkoen kan eten- of als je soep maakt, nog dagen soep kan eten. Je kan heel de buurt wel uitnodigen om mee te eten. Dat is gewoon iets, een afwijking, die is gewoon genetisch bepaald."
"En zo is mijn vader dus altijd bekend geweest hier. Chinese Kees of Kees Zee. En dan wist iedereen over wie je het had."
"Toen had je Chinese restaurants competities, dat waren voetbalcompetities op maandagmorgen. Ja, ik zat nog op school. Maar op maandag zijn al die Chinese restaurants dicht. Koen - die werkte vroeger in China Garden - ging altijd een briefje voor me schrijven dat ik naar de dokter moest."
"Mijn vader slachtte zelf vroeger zijn kippen. Een hoop Chinezen deden dat. Die hadden dan achter een ruimte gemaakt en dan kochten ze kippen, levende kippen, en dan lieten ze ze opgroeien en die pompten ze vol, dat ze lekker vet waren. En dan, nou mijn vader die wou altijd hebben dat ik het ook deed."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed