Terug
 
"In de kapsalon hoor ik heel veel verhalen. Ja, natuurlijk maak je ook soms gekke dingen mee. Dat hoort er bij. Eigenlijk ben je een soort maatschappelijk werk. Je luistert, ze willen alleen dat iemand er voor hun is. En hun begrijpt."
Zara Safari (Teheran, Iran, 1960 - Rotterdam 2019)
Dit verhaal is onderdeel van luistervoorstelling: Uit de Rechthuislaan.
En onderdeel van de collectie: Verhalen van Katendrecht.

Ze voelt zich vooral Kapenees, sinds ze in 1997 een kapperszaak aan de Rechthuislaan opende. Vanaf de eerste dag werd ze met open armen ontvangen door de wijk. Veel bewoners kwamen op de feestelijke opening af. Zara is geboren in Iran, Teheran in een gezin met vijf kinderen. Zelf kreeg ze na haar trouwen twee kinderen: een dochter en een zoon. Haar man Ali was kinderarts in Iran. In 1993 moesten ze het land uitvluchten; ze waren politiek actief tijdens het ayatollahbewind van Khomeini, zaten bij de dissidentenbeweging. Zara werd twee maal opgepakt, gemarteld en veroordeeld tot de doodstraf. Haar vader wist haar vrij te krijgen. Nu nog heeft ze nachtmerries. Het gezin kwam via Vlissingen en Zierikzee terecht in Rotterdam. In haar kapperszaak – de plek van voormalig café Nieuw Amsterdam – komen veel vaste klanten, onder wie ook geboren Katendrechters van wie ze veel verhalen hoort. Haar man werkt als cosmetisch arts in de zaak. Hun dochter studeert inmiddels geneeskunde, hun oudste zoon volgt een technische opleiding aan de Hogeschool. In Nederland werd nog een derde kind geboren. Hij zit op het vwo.

Naschrift: Zara is na het interview binnen korte tijd erg ziek geworden en aan de gevolgen van kanker overleden.

Meer verhalen met
Onderwerp: Wonen  
Locatie: Katendrecht  
Deel dit verhaal
Credits
Techniek/editing: Laura Schalkwijk
Interviewer: Linda Malherbe
Muziek: Marlies du Mosch
Ondersteund door: Joop Reijngoud
Meer vertellers uit deze luistervoorstelling
"Een zus van mij kreeg verkering met een jongen van Katendrecht, van de familie Van Maarschalkerwaard. En ja, die woonden hier op de Rechthuislaan, tegenover de katholieke kerk. En dan waren er weleens van die dingen van Clubhuis De Boei en zo. En daar gingen zij dan naartoe. Nou, dan mocht ik ook mee."
"We hebben er toen nooit geen last van gehad. Na de oorlogsjaren, toen deden we boodschappen voor deze vrouwen. Je kon ze bij naam en toenaam. Zwarte Bet, zwarte Greet, manke Tilly."
"Ik heb ook trainingen gegeven in de buurt, voetbaltrainingen, rapworkshops. En dat zie je ook een soort broederschap ontstaan. Bij mij ging het altijd om respect, hè, elkaar waarderen en samenzijn. Dat zijn mooie dingen toch, met liefde met elkaar omgaan."
"Als je hier woont of in de stad, dat is een hemelsbreed verschil. Mensen zijn mensen natuurlijk, maar ze hebben daar een hele andere mentaliteit. Dit moet je zien als een dorp."
"Het was gewoon een prostitutiebuurt en ik ben daarin opgegroeid en we hebben er plezier van gehad, want je hebt er zelfs geld aan verdiend. En dat waren wij niet alleen: half Katendrecht verdiende er geld aan. Kamertjes timmeren, of kamertje behangen, of even de hond uitlaten, of weet ik veel wat. Die meiden waren altijd wel goed met de tip."
"Verderop in de straat had je de winkel van Romeijn zitten. Dat was meer een volkszaak. Bij ons kwam, ik zal niet zeggen de elite, maar wel ander volk."
"Mijn oma zei altijd: je kunt beter boven een hoerenkast wonen dan boven de kerk, want als je honger hebt, krijg je van die hoeren te vreten, van de pastoor niet."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed