Terug
"Nou, toen is mijn moeder daar de boekhouding gaan doen. En dat mijn vader heel goed kan koken - want de liefde gaat door de maag - ja, zo is dat gekomen."
"Mijn vader slachtte zelf vroeger zijn kippen. Een hoop Chinezen deden dat. Die hadden dan achter een ruimte gemaakt en dan kochten ze kippen, levende kippen, en dan lieten ze ze opgroeien en die pompten ze vol, dat ze lekker vet waren. En dan, nou mijn vader die wou altijd hebben dat ik het ook deed."
"Toen had je Chinese restaurants competities, dat waren voetbalcompetities op maandagmorgen. Ja, ik zat nog op school. Maar op maandag zijn al die Chinese restaurants dicht. Koen - die werkte vroeger in China Garden - ging altijd een briefje voor me schrijven dat ik naar de dokter moest."
"En zo is mijn vader dus altijd bekend geweest hier. Chinese Kees of Kees Zee. En dan wist iedereen over wie je het had."
"Dus alles veel, in overvloed, met als gevolg dat je nog dagen kalkoen kan eten- of als je soep maakt, nog dagen soep kan eten. Je kan heel de buurt wel uitnodigen om mee te eten. Dat is gewoon iets, een afwijking, die is gewoon genetisch bepaald."
"In de Chinese traditie bij ons op Katendrecht, was het zo, ze hielpen elkaar altijd. Zo zijn de Chinese restaurants ontstaan. Chong Kok Low was de oudste - het eerste Chinese restaurant in Nederland."
'En kijk, zij hebben gezien dat hun ouders zo hard werkten. Weekend nooit vrij. Feestdagen nooit vrij. Dus er is een soort afkeer. En dat is een van de grootste problemen nu. Ja, nu minder mensen willen werken in die branche, de Chinees-Indische restaurants."
"O, ik had nog nooit in mijn leven zo veel loempiaatjes gemaakt. Zo'n mooie tijd. Elke dag opstaan, loempiaatje maken, groente blancheren en dan weer loempia bakken. Elke dag honderdveertig loempiaatjes."
"Nu kennen veel mensen mij, omdat..., ik heb één product, dat is heel bekend, dat zijn de beste noedels van de hele wereld. In Singapore is de naam Laksa, zo heten de noedels daar. En mensen hier noemen mij de Laksaman."
"Op een gegeven moment in restaurant King’s Garden, bleken wij eigenlijk de sociale hoek van alle restaurants... Iedereen kwam daar binnen, bij mij om belastingpapiertjes in te vullen, dan dat weer in te vullen, zus in te vullen. Want ik sprak Chinees en ik sprak Hollands."
"De zaak ging steeds beter en steeds beter. En van de ene zaak ging het naar een tweede zaak. En een derde zaak. Op den duur... Volgens mij hebben we nu veertig zaken of zo. De Sumo restaurants zitten nu door heel Nederland."
"Er zit veel meer in dan eigenlijk echt alleen het eten. Er zit bijna een soort van filosofie achter en dat wil ik heel graag meegeven aan andere mensen."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed