Terug
“Ik was ineens de oudste die verantwoordelijk moest zijn voor de familie. Mijn moeder kon dat niet meer. Ik had ook het gevoel dat ik moest helpen zodat mijn familie niet zou instorten.”
“Ik wist dat ik hier een leven zou opbouwen vanaf nul, ik wist dat ik een kans had. Dus de cultuur, de taal, alles, ik ging mijn best doen om zo snel mogelijk te leren.”
“Mijn familie woont daar. Het was een moeilijke beslissing om naar Nederland te komen, maar uiteindelijk een goede beslissing.”
“We hebben een relatie met de Maas, zoals Raqqa met de Eufraat. En mensen zijn van verschillende achtergronden, van Turkije, Marokko, Suriname, van andere landen. Dit is echt een kleine wereld.”
“Het waren kleine dingetjes, wij hoefden niet eerst toestemming te vragen als iemand langs wilde komen. De deur stond altijd open. Als je ouder wordt, ga je je realiseren dat je meerder invalshoeken hebt, de Nederlandse cultuur en je Koerdische roots.”
"Naast mijn werk als docent en hoofd van de afdeling muziek, richtte ik in 2003 in Damascus een centrum voor muziek, theater en ballet op. Daarna richtte ik het Tarab orkest op. Ik had hele goede studenten, ik werkte in het operahuis, op dezelfde plek als het conservatorium in Syrië. Ik koos de beste muzikanten in Syrië in Arabische klassieke muziek. De beste, nummer één."
“Ik heb een mooie familie, had een mooi huis, mooi werk. Je gaat naar een nieuw leven en laat alles achter.” LUISTERVOORSTELLING
'Opeens lag ik onder het puin'
"Mijn vader ging op het dak kijken naar het bombardement, want op het laatst was iedereen er natuurlijk aan gewend"
"Ik heb de stad zien verbranden, maar ik heb ‘m ook weer opgebouwd zien worden.’’
"Het is afschuwelijk om de branden zo dichtbij te zien en te ruiken."
"De opdracht was: als een bombardement dreigt, allemaal onder de trap. We stonden daar en mijn oudste zus zei op een ogenblik: ‘We hebben George vergeten."
"Dat was een hoop gegil, gekrijs. Daarna ben ik weggezakt."
"We konden nog ontkomen, al kon mijn moeder niks meer meenemen. Ze zei: gelukkig heb ik mijn jongens nog."
"De ene steen na de ander werd weggehaald, totdat ze een stukje ceintuur vonden van haar jas. Ze is gevonden."
"Dus ik doe de buitendeur open en ik zie vanaf de Marconipleinkant een enorme stofwolk aankomen. In die stofwolk liepen allemaal mensen."
"Zo om een uur of vijf, half zes, werd op het Marconiplein voor de mensen, die allemaal dakloos waren natuurlijk, brood uitgedeeld en makrelen en dat hebben we ’s avonds gegeten."
"M'n broertje was weggekropen. Die was op het toilet gegaan en zat onder het bloed. Mijn oudste zus riep: ‘Moeder, we gaan eraan."
"Die renden allemaal op de glasscherven, zo’n snerpend, naargeestig geluid, iets wat ik bij wijze van spreken nog kan horen."
"Mijn vader was uit zijn werk gaan zoeken. Die kwam bij de Schiedamseweg aan, zag dat gat en dacht dat we allemaal dood waren."
© 2024 Verhalen van Rotterdammers | Website door Mediabreed